In 1985 kwam ik ter wereld in een ziekenhuis in Tilburg. Als Brabantse kleuter was ik, net als bijna elk ander kind, dol op carnaval. Logisch, want alleen met carnaval mocht je in je verkleedkleren naar school. Hoe keigaaf was dat!? Als de nieuwszenders uit Hilversum en omstreken verslaglegden van de carnavalsperiode, filmden ze over het algemeen de Brabantse steden. Oeteldonk (Den Bosch) was en is nog steeds favoriet. Niet gek natuurlijk, want Den Bosch ligt het dichtste bij de Randstad en journalisten zijn van nature lui. Mijn beeld van carnaval was dan ook bepaald door mijn omgeving en door wat ik op het jeugdjournaal zag. Carnaval was hoempapa, hossen, polonaise, boerenkielen, ballonnen en slingers, platte karren en verkleden. Totdat ik op zesjarige leeftijd naar Sittard verhuisde…
Schlagers en Nonnevotte
Daar ging een wereld voor me open. Ten eerste verstond ik niets van die maffe Limburgers. Ze praten niet, nee ze kallen. Een plastic zakje is geen tasje, maar een tuutje (spreek uit als tuuuuuuuuuuuuuutje). En het vreemdste nog: als ze weggaan, zeggen ze geen dag (of doei) maar hoi. Vreemde snuiters dus. We verhuisden in de carnavalsvakantie en vielen met onze neus in de leverworst, optochten, schjmink, Limburgse mezeek en schitterende pekskes. Een ware cultuurshock. Maar dat veranderde. In de 13 jaren die daarop volgden leerde ik van de provincie houden. Van haar taaltje, de cultuur, de muziek, de mensen, maar vooral van vastelaovend; drie (of zeg maar gerust zeven) doldwaze dagen, waar de Bijenkorf jaloers op zou zijn…
Kedeng kedeng…
Inmiddels woon ik weer in het gezellige Brabant. Maar elk jaar rond de vastelaovend stap ik trouw in de Intercity terug naar Limburg. Brabanders hebben geen flauw benul van vastelaovend vieren. In Lampegat (Eindhoven) is bijna niemand geschminkt, draaien ze Hollandse muziek, top 40 en dance en is de gemiddelde leeftijd 16. Dat kan niet. Vastelaovend is voor oud en jong. Bejaarden, pubers en peuters staan hand in hand. Het is geen vastelaovend zonder Limburgse schlagers, zonder sjoes, zonder lekker sjoenkele, zaate hermeniekes, nonnevotte en roerei mit schjpek. Zonder kilometerslange optochte, zonder L1, het leidjeskonkoer, de Marotte, buutteredners, zonder einzelgängers en al helemaal niet zonder sjpass. Vastelaovend is simpelweg géén vastelaovend, als ‘t carnaval heet.
Reaksies (2)