Het KRO (NL3) programma De Rekenkamer heeft vandaag (16 februari) aandacht besteed aan de carnaval. In het programma wordt voor een product of gebeurtenis berekend wat nu de daadwerkelijk kosten zijn. Vaak met een humoristische slag.
In deze aflevering stelt een kijker uit Groningen de vraag hoeveel de carnaval nu eigenlijk kost, want zo wordt gezegd, het is natuurlijk niet de bedoeling dat een hoop gemeenschapsgeld naar het carnaval gaat, dat voornamelijk door zuiderlingen wordt gevierd, terwijl de rest van Nederland hard werkt om dit geld bij elkaar te krijgen.
Er wordt in de aflevering een introductie gegeven over de verschillende kostenposten, zo bezoekt één van de presentatoren de grootste verkoper van carnavalsartikelen in Helmond. Gaat een ander op bezoek bij Dixi (mobiel toiletverhuur), want wat gedronken is, moet er ook weer uit. Geeft Vorst Harie van De Marotte Sittard een rondleiding door de Optochthal waar de praalwagens gebouwd worden. En wordt er gesproken met de burgemeester van Sittard over de bedragen voor carnaval die de gemeenschap moet ophoesten.
De burgemeester van Sittard-Geleen (Sjraar Cox) geeft aan dat er tijdens de carnaval zich enkele kleinschalige problemen voordoen, die overeenkomstig zijn met de problemen bij andere grootschalige evenementen. Zo wordt er extra toezicht gehouden door politie en stadstoezicht. Voornamelijk op wildplassen wordt streng gecontroleerd. De heer Cox geeft aan dat de gemeente voor een deel ook de organisatoren van een evenement er op aanspreekt. Deze draagt namelijk de verantwoordelijk om te zorgen voor genoeg mobiele toiletvoorzieningen.
De burgemeester geeft de volgende opsomming van kosten:
Dit komt neer op een totaal kostenplaatje van 65.000 euro voor de gemeente.
Als men dit deelt door het aantal carnavalsvierders in de gemeente, zo’n 45 duizend, dan komt dit neer op ongeveer 1,45 euro per carnavalist.
Op de afdeling spoedeisende hulp van een ziekenhuis komen er gemiddeld 20 personen per carnavalsdag met een alcoholvergiftiging binnen. Bij opname kost dit 1200 euro, kan de patiënt na behandeling op de spoedeisende hulp weer naar huis, dan bedraagt dit 250 euro.
Verder voorkomende gevallen zijn verwondingen door strubbelingen of valpartijen.
Dit kost Nederland in totaal 375.000 euro.
Doordat 1,5 miljoen carnavalsvierders niet werken wordt er voor 300 miljoen euro minder geproduceerd. Het programma stelt dan ook dat het vieren van carnaval de Nederlandse economie zo’n 300 miljoen euro kost.
Tijdens een interview wordt gesteld dat de carnaval ook een afsluiting van een donkere winterse periode is, en dus het startsignaal voor een nieuwe vrolijkere periode (de lente). Hierdoor komen werknemers na de carnaval positiever op hun werk, en wordt daarmee de productie en bedrijfssfeer gestimuleerd.
Het zou Nederland 30 miljoen euro kosten als niemand meer carnaval zou vieren, door misgelopen inkomsten van de middenstand. Zo heeft de eerder genoemde handel in carnavalsartikelen uit Helmond een jaaromzet van een slordige 15 miljoen euro, waarvan 75% in het carnavalsseizoen.
Eerder deze week schreven wij al over het onderzoek naar de uitgaven van carnavalvierders door RMI. Hieruit bleek dat een gemiddelde vierder 180 euro per jaar uitgeeft, dit bestaat voor 30 euro uit kleding, 50 euro voor eten en 100 euro voor drank. Dit komt met 1,5 miljoen carnavalvierders in Nederland neer op ongeveer 270 miljoen euro.
Tellen we de 30 miljoen en 270 miljoen bij elkaar op dan komen we uit op 300 miljoen euro, gelijk aan het bedrag dat de Nederlandse economie zou mislopen door het vieren van carnaval. De cirkel is rond zo stelt De Rekenkamer.
Wil ik daar op persoonlijke titel nog het volgende aan toevoegen:
Waar De Rekenkamer geen rekening mee houdt is dat het geld dat een Nederlander (of Hollenjer) uitgeeft tijdens een vakantie in het buitenland de Nederlandse economie niet ten goede komt, terwijl het geld dat de carnavalisten uitgeven in Nederland tijdens hun vrije dagen, de binnenlandse economie uiteindelijk wel bevordert.
Wil jij de uitzending van De Rekenkamer terugkijken, klik dan hier.
Reaksies (5)